Loodgieter is een beroep dat zijn naam ontleent aan het gieten van stroken lood en loden pijpen. Deze stroken werden gebruikt om buizen waterdicht te maken. Kort na de 2e wereldoorlog vestigden zich veel nieuwe loodgieters in Nederland om aan de wederopbouw te helpen. Om zich als zelfstandig loodgietersbedrijf te vestigen moest men aan drie voorwaarden voldoen. Men diende in het bezit te zijn van het Middenstandsdiploma, een vakdiploma en enige kredietwaardigheid. Het vakdiploma, het GAWALO-diploma (erkent GAsfitter, WAterfitter en LOodgieter) kon men met een avondopleiding in ongeveer 4 of 5 jaar behalen. Het Middenstandsdiploma was eveneens, op bijvoorbeeld een Handelsavondschool, met het volgen van avondlessen in 2 jaar te halen. Anno 2006 is het werkgebied van een loodgieter een stuk ruimer, zo kan een loodgieter zich bezighouden met de aanleg en het onderhoud van sanitair, verwarmingsinstallaties, waterleidingen en/of riolering. Het beroep van loodgieter is in de 20e eeuw sterk veranderd, een loodgieter moet immers ook steeds meer van computers afweten, aangezien CV-ketels, een belangrijk werkterrein van de loodgieter, steeds meer gebruik maken van deze moderne technologie. Blijkens de grote drukte bij de loodgietersbedrijven is er een tekort aan loodgieters. Dit komt doordat er ook onder hen vergrijzing optreedt. De oudere loodgieters raken lichamelijk versleten en stoppen met werken. Van de opleidingen komen echter steeds minder vakmensen en die moeten meestal nog eerst verder worden opgeleid in de bedrijven. Ook vertoont de nieuwe aanwas minder neiging om extra diploma's te behalen wanneer ze eenmaal aan het werk zijn. Dit zorgt ervoor dat bedrijven moeten fuseren. Dit heeft tot gevolg dat de bedrijven steeds groter worden en/of zich gaan specialiseren in een bepaalde tak van het vak. Zo komen er bedrijven speciaal voor verwarmingsinstallatie en/of -onderhoud of sanitairinstallateurs. Dit alles draagt bij aan de hogere prijzen die gerekend worden in het algemeen door de loodgieters. |
 |
|